Er is iets geruststellends aan het ontdekken dat je niet de enige bent. Niet de enige die niet wacht op ideale omstandigheden. Niet de enige die denkt: oké, dit is hoe het is, wat kan ik hier nu mee? Niet de enige die de beperking omzet in een startpunt in plaats van een eindpunt.
Creatief pragmatisme heeft geen lidmaatschapskaart en geen officiële club. Maar als ik om me heen kijk — door de geschiedenis, door verschillende vakgebieden, door compleet verschillende levens — zie ik steeds dezelfde beweging: mensen die eerlijk naar de werkelijkheid keken, de beste kennis van dat moment pakten die ze konden krijgen, en van daaruit iets maakten wat er nog niet was.
Ik ken er een hoop in mijn eigen leven, maar ik heb ook mijn geheugen en het net afgespeurd naar prominenten die je als creatief pragmatist kunt bestempelen.
Dit zijn dertien van die prominenten. Geen volledig dossier, geen heiligenlevens. Gewoon: mensen die het ons hebben voorgedaan. Ik weet het, de korte teksten doen in geen enkel geval recht aan hun rijke levens en nalatenschap. Hierna lekker verder lezen over wie jou raakt dus!
1. Frida Kahlo
Frida Kahlo lag op haar rug. Ze was achttien jaar oud en herstellende van een busongeval dat haar wervelkolom, bekken, en een aantal botten brak op manieren die het leven ernstig inperkten. Haar moeder liet een spiegel in het dak van haar bed bevestigen zodat ze zichzelf kon zien.
Ze begon te schilderen.
Niet ondanks het bed, niet ondanks de pijn, maar letterlijk vanuit die plek — met dat spiegeltje, met die beperkingen als werkmateriaal. Haar kunst gaat over het lichaam, over pijn, over identiteit, over wat het betekent om in een wereld te leven die niet voor jouw lichaam is gebouwd. Ze wachtte niet tot ze beter was. Ze werkte met wat ze had, en wat ze had bleek genoeg voor werk dat de wereld nog steeds niet loslaat.

2. Temple Grandin
Temple Grandin heeft autisme, en ze gebruikte dat brein om iets te zien wat niemand anders zag: wat dieren voelen als ze door een slachthuis worden geleid. Ze dacht in beelden waar anderen in woorden dachten, en dat maakte haar tot de beste ontwerper van humane veehouderijsystemen ter wereld.

Ze paste haar omgeving aan haar behoeften aan — ze bouwde letterlijk een knuffelmachine voor zichzelf toen ze merkte dat diepe druk haar hielp kalmeren — en ze paste haar kennis toe op een industrie die er niet op zat te wachten maar er beter van werd. Geen excuses voor haar anders-zijn, geen wachten tot ze ‘normaler’ zou zijn. Gewoon: dit is hoe ik denk, en hier is wat ik daarmee kan doen.
3. Leonardo da Vinci
Leonardo da Vinci had geen universiteitsgraad. Hij sprak geen Latijn, de wetenschappelijke voertaal van zijn tijd, en hij liet dat hem nooit tegenhouden. Hij noteerde alles wat hij zag, dacht, bedacht en betwijfelde in notitieboeken die hij zijn hele leven vulde — en hij nam elk onderwerp even serieus, of het nu ging om de anatomie van een paard, de werking van water, of de perfecte gezichtsuitdrukking van een vrouw in een schilderij.
Hij was de multipotentialite avant la lettre: iemand die zijn brede nieuwsgierigheid niet zag als gebrek aan focus, maar als de manier waarop hij de wereld begreep. Alles hing samen. Alles was relevant. En alles wat hij niet wist, loste hij op door het te onderzoeken met wat hij had: zijn ogen, zijn handen, zijn notitieboek.


4. Viktor Frankl

Viktor Frankl was psychiater en overlevende van meerdere concentratiekampen, waaronder Auschwitz. In die kampen ontdekte hij iets wat hij de rest van zijn leven heeft doorgegeven: dat je niet altijd kunt kiezen wat er met je gebeurt, maar dat je altijd kunt kiezen hoe je je ertoe verhoudt. Die ene vrijheid — de vrijheid van houding — kon niemand hem afnemen.
Dat is geen positief denken. Het is iets dat veel moeilijker is, en eerlijker: de erkenning dat de omstandigheden zijn zoals ze zijn, en dat je van daaruit toch nog iets te kiezen hebt. Frankl schreef Man’s Search for Meaning in negen dagen, nadat hij de oorlog had overleefd. Hij had het al die tijd in zijn hoofd gedragen. Hij werkte met wat er was, zelfs toen er bijna niets was.
5. Nelson Mandela
Nelson Mandela zat zevenentwintig jaar gevangen op Robben Island. Zevenentwintig jaar. En hij kwam eruit zonder de bitterheid die niemand hem zou kwalijk hebben genomen, maar mét een politieke strategie die zo pragmatisch was dat zijn eigen aanhangers er soms van schrokken. Hij wist dat verzoening geen sentiment was maar een instrument — het enige instrument dat een bloedige burgeroorlog kon voorkomen. Hij werkte met wat er was: een land vol trauma, wantrouwen en ongelijkheid, en de bereidheid van genoeg mensen om te geloven dat het anders kon. Dat was zijn materiaal. Daar bouwde hij mee.

6. Oprah Winfrey

Oprah Winfrey groeide op in armoede, in een omgeving die haar op vrijwel elk vlak tegenwerkte. Ze had geen netwerk, geen geld, geen rolmodellen die eruitzagen zoals zij. Wat ze had, was een stem — letterlijk en figuurlijk — en de bereidheid om die in te zetten voor wat ze geloofde.
Ze bouwde geen carrière ondanks haar achtergrond. Ze bouwde een carrière die alleen mogelijk was door wie ze is, inclusief alles wat haar gevormd heeft. En ze bleef onderweg investeren in precies datgene wat ze zelf had gemist: boeken, verhalen, gesprekken die mensen helpen zichzelf te begrijpen. Dat is pragmatisme met een hart.
7. Lady Gaga
Lady Gaga werd door haar platenlabel weggestuurd met de mededeling dat ze niet goed genoeg was. Ze ging naar huis, schreef liedjes, en bedacht een persona die zo radicaal zichzelf was dat de wereld er geen kant mee op kon — en dus wel moest kijken. Ze begreep iets wat weinig mensen begrijpen: dat identiteit een keuze is, en dat je die keuze ook kunt inzetten als kunstwerk. Achter de vleesjurk en de plateauschoenen zit een vrouw die klassiek piano speelt, die schrijft, acteert, die kampt met fibromyalgie en er openlijk over spreekt, en die de afstand tussen hoge en lage cultuur heeft weggedacht alsof die nooit bestond. Ze werkt altijd met wat ze heeft. En wat ze heeft, is altijd meer dan genoeg.

8. Ada Lovelace

Ada Lovelace leefde in de negentiende eeuw, in een tijd waarin vrouwen niet werden geacht wiskundig te denken, laat staan te publiceren. Ze deed het toch. Ze vertaalde een artikel over Charles Babbage’s Analytical Engine — een soort proto-computer die nooit gebouwd werd — en voegde daar haar eigen aantekeningen aan toe die drie keer zo lang waren als het origineel.
In die aantekeningen beschreef ze iets wat nog niemand had beschreven: de mogelijkheid dat zo’n machine niet alleen cijfers kon berekenen, maar ook muziek kon componeren. Ze dacht verder dan het apparaat dat voor haar lag. Ze dacht verder dan de wereld die ze kende. Dat is cognitieve beweeglijkheid in haar meest pure vorm: bedenken wat er nog niet is, vanuit wat er al wel is.
9. Richard Feynman
Richard Feynman was één van de grootste natuurkundigen van de twintigste eeuw én de persoon die het beste kon uitleggen waarom je een theekopje eigenlijk nooit begrijpt totdat je precies weet wat er op moleculair niveau gebeurt als het ronddraait op een vinger. Hij weigerde scheidingen te maken tussen serieus en speels, tussen vakgebieden, tussen wat een wetenschapper hoorde te doen en wat hem gewoon interesseerde.
Hij leerde Portugees om Braziliaanse drummuziek te spelen. Hij kraakte kluizen in Los Alamos als hobby. Hij tekende, gaf les op manieren die niemand vergat, en hij stierf terwijl hij een artikel schreef over computerarchitectuur. Zijn leven was één groot argument voor het idee dat nieuwsgierigheid geen luxe is, maar een methode.

10. Buckminster Fuller
Buckminster Fuller — architect, uitvinder, denker — was op zijn tweeëndertigste zover ten onder gegaan dat hij serieus overwoog zichzelf van het leven te beroven, zodat zijn gezin zijn levensverzekering kon innen. In plaats daarvan besloot hij iets anders: hij zou de rest van zijn leven leven als een experiment. Hij zou uitzoeken wat één mens kon bijdragen aan de wereld als hij volledig trouw bleef aan wat hij zelf begreep.

Zijn bekendste gedachte: je verandert de werkelijkheid niet door ertegen te vechten, maar door een nieuw model te bouwen dat het oude overbodig maakt. Hij bouwde geodetische koepels, bedacht nieuwe manieren om na te denken over duurzaamheid en systemen, en deed dat allemaal vanuit de overtuiging dat de werkelijkheid maakbaar is — als je bereid bent haar eerst goed te begrijpen.
11. Marie Curie
Marie Curie was de eerste vrouw die een Nobelprijs won, en vervolgens de eerste persoon die er twee won. Ze werkte in omstandigheden die ronduit gevaarlijk waren — letterlijk radioactief, lang voordat iemand dat begreep — in een wereld die haar als vrouw systematisch buitensloot van de academische erkenning die haar mannelijke collega’s vanzelfsprekend kregen.
Ze vroeg niet om toestemming. Ze sloeg geen lawaai. Ze werkte. Met wat ze had, in de omstandigheden die er waren, met de kennis die beschikbaar was. En ze bleef vragen stellen die niemand had gesteld, niet omdat ze zeker wist dat ze het antwoord zou vinden, maar omdat de vragen het waard waren om te stellen.

12. Richard Rorty
Richard Rorty is de filosoof die het aandurfde te zeggen dat waarheid geen spiegel is van de werkelijkheid, maar een gereedschap om ermee te leven. Hij was de erfgenaam van Dewey en hij droeg die erfenis verder op een manier die veel academische filosofen irriteerde — te toegankelijk, te bereid om buiten de vakgrenzen te denken, te weinig eerbiedig voor de grote zekerheden. Hij schreef over literatuur alsof dat filosofie was, over politiek alsof dat ethiek was, over hoop als serieuze intellectuele categorie.
Zijn kernidee: we hebben geen toegang tot de Grote Waarheid, maar we kunnen wel proberen betere verhalen te vertellen over hoe we met elkaar willen leven.

13. John Dewey

Ik zou mezelf tekortdoen als ik hem niet zou noemen — de filosoof die aan de basis staat van creatief pragmatisme zoals ik het begrijp. John Dewey geloofde niet in absolute waarheden. Hij geloofde in ervaring, in leren door te doen, in de gedachte dat denken niet iets is wat je doet terwijl je stilstaat maar iets wat je doet terwijl je beweegt.
Hij schreef over onderwijs, over democratie, over de relatie tussen theorie en praktijk, en steeds opnieuw over hetzelfde kernidee: de werkelijkheid is niet iets wat je ondergaat, maar iets waar je actief aan deelneemt. Niet wachten tot het duidelijk is. Niet wachten tot het zeker is. Werken met wat er is, en van daaruit bijstellen.
Hij had het prachtig gevonden, denk ik, om te zien hoe zijn ideeën zijn terechtgekomen op een scootmobiel in Heeze.
Wat deze dertien mensen gemeen hebben, is niet dat ze uitzonderlijk begaafd waren (hoewel ze dat wel waren/zijn). Het is niet dat ze nooit twijfelden of struikelden. Het is dat ze steeds opnieuw dezelfde beweging maakten: eerlijk kijken naar wat er is, de beste kennis pakken die beschikbaar is, en van daaruit bewegen.
Dat is alles. En dat, zo blijkt, is genoeg.
Wie zou jij toevoegen aan deze lijst? Ik ben benieuwd.


2 reacties op “Bekende creatief pragmatisten: dertien mensen die dachten met wat er was”
Beste Marlie van der Heijden,
Jouw verhaal gaat alle kanten op en dat voelt een beetje ongemakkelijk.
Je bruist van de energie en je hangt je lot op aan het ‘creatief pragmatisme’, niet om mee te beginnen, maar als eindstation, met een knipoog naar China.
Richard Rorty in een interview in 1995 over filosofie zal je zeker aanspreken: “Filosofie is een manier om onszelf opnieuw te definiëren en niet de geleidelijke ontdekking van vaststaande waarheden.”
Daarmee betoonde hij zich een volbloed Amerikaans denker, in de traditie van de pragmatisten James en Dewey, die een groot deel van zijn collega’s tegen de haren instreek. Zo woedend als er door orthodoxe filosofen vaak op Rorty werd gereageerd, zo geïntrigeerd waren degenen die, aan beide zijden van de oceaan, al waren gaan twijfelen aan de gedachte dat filosofie zich moest baseren op de “onschokbare” fundamenten waar Descartes en vele anderen naar hadden gezocht. Zo groeide Rorty in de jaren tachtig en negentig uit tot een originele en invloedrijke bruggenbouwer tussen het meer “metafysische” Europese en het “analytische” Angelsaksische denken, paradoxaal genoeg door de pijlers onder beide tradities op te blazen. (Ger Groot, 1995, NRC, Interview)
Conclusie:
In de 21ste eeuw bestaat er in de wereld dringend behoefte aan een nieuwe filosofie, in tegenstelling tot de oude filosofie: een filosofie van de mens of filosofische antropologie. Het grote belang van een nieuwe filosofie van de mens is dat mensen er wereldwijd op kunnen worden aangesproken, waardoor tegenstellingen kunnen worden overbrugd. En als wij een blik werpen in de wereld van de 21ste eeuw dan is dat te beschouwen als hét grote project met de meeste urgentie teneinde het leven van de mens in een geglobaliseerde wereld opnieuw zin en betekenis te geven. Na de complete existentiële afbraak die heeft plaatsgevonden in de 20ste eeuw is de verwarring over de grondslagen van ons leven maximaal en dient er in de 21 ste eeuw een consolidatie plaats te vinden, die in mijn wijsgerige antropologie is gerealiseerd.
Hartelijke groeten,
Hans L.M. Dassen LL.M.
Beste heer Dassen,
Dank u wel voor uw uitgebreide reactie. Ik begrijp dat het ongemakkelijk voelt voor u, en dat zie ik eigenlijk als een compliment. U leest het alsof ik mijn lot ophang aan creatieve pragmatisme, als eindstation. Misschien is dat in zekere zin zo. Als het zo is, dan weet ik ook niet of ik dat zo erg vind.
Het is natuurlijk een perspectief dat ik zelf volledig heb geïnternaliseerd, en ook uitdraag en aan anderen leer. En ja, het maakt inderdaad deel uit van mijn positionering als auteur. Ik ben op geen enkele manier van plan om het gebrek aan grondslagen, het gebrek aan absolute waarheden, een obstakel te laten zijn om mijn denken de wereld in te brengen.
Richard Rorty is een van de filosofen waar ik ontzettend van heb genoten om zijn werken te lezen. *Ethics without principles* is voor mij ook echt een van de grondideeën. Maar ja, filosofie ook zonder principes, dus die grondslagen… Je blijft daar natuurlijk altijd in een soort paradoxale verwarring hangen.
Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar die consolidatie en uw wijsgerige antropologie waarover u spreekt. Dus dat ga ik nog eens even opzoeken.
Ik wil u nogmaals bedanken voor uw uitgebreide reactie. Het is mooi om te zien dat hier een gesprek op gang is gekomen op https://www.praktijkvoorcreatievefilosofie.nl, en dat maakt me ook wel een beetje trots.
Nog een hele fijne dag.
Groet,
Marlie.